Resultaten onderzoek: woningmarkt trekt steeds sneller aan

Op donderdag 14 juni zijn de resultaten van het Woningmarktonderzoek gepresenteerd aan de wethouders van de 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant. Uit het onderzoek blijkt dat de woningmarkt steeds sneller aantrekt en de financiële crisis die in 2008 startte echt achter ons is. De resultaten uit het onderzoek laten zien dat het aantal verhuisbewegingen toeneemt en dat de woningmarkt zich wat betreft de prijsontwikkeling heeft hersteld. Eind 2017 lagen de prijzen weer in de buurt van 2008.

Het Woningmarktonderzoek is in het najaar van 2017 in de Metropoolregio Eindhoven uitgevoerd. Het doel van het onderzoek is om de woonbehoeften en –wensen van de inwoners in Zuidoost-Brabant zo goed mogelijk in beeld te brengen. Het onderzoek wordt één keer in de drie jaar gehouden. De laatste keer was in 2014.

 

Uit de financiële crisis: woningmarkt trekt steeds sneller aan

In 2014 was de conclusie uit het woningmarktonderzoek dat er sprake was van een veranderende woningmarkt. De economie was zich langzaam aan het herstellen. De situatie op de woningmarkt zo als we die in 2011 zagen, leek zich deels te hebben gestabiliseerd. De situatie was duidelijk anders dan voor de financiële crisis. In de jaren na 2014 trekt de economie steeds verder aan. Meer mensen zijn aan het werk en de vooruitzichten voor 2018 zijn goed. Mensen hebben ook weer vertrouwen in de economische ontwikkelingen. Eind 2017 ligt de financiële crisis die in 2008 startte echt achter ons.

Het aantal verhuisbewegingen neemt toe en uit de gerealiseerde en gewenste verhuisbewegingen zien we dat wat betreft de prijsontwikkeling de markt zich hersteld. Dan gaat het vooral over de koopmarkt. De verkoop van de bestaande voorraad trekt weer aan. Eind 2017 lagen de prijzen weer in de buurt van 2008, alhoewel gezegd moet worden dat de ontwikkelingen in het luxe(re) en duurdere segment nog wat achter blijven.

 

Binnen Zuidoost-Brabant, meerdere subregio’s met eigen dynamiek

De snelheid waarmee de (koop)markt aantrekt verschilt tussen de subregio’s. Eindhoven loopt daarin duidelijk voorop. Deze verschillen zijn mede te verklaren door opbouw van de bevolking en woningvoorraad en de rol van het gebied. Eindhoven, groeiend als studentenstad, maar ook met aantrekkingskracht op (buitenlandse) werknemers in de techniek en automatisering, kent een hele andere dynamiek dan de meer landelijke gemeenten in de Kempen, A2-gemeenten en de Peelgemeenten. Hier zijn de demografische ontwikkelingen anders, vergrijzing en op middellange termijn een afnemend aantal inwoners en huishoudens. Vanuit Eindhoven zien we huishoudens doorstromen naar de andere gemeenten binnen Zuidoost-Brabant, zoals Helmond en het stedelijk gebied.

 

Andere dynamiek op de huurmarkt

De dynamiek op de huurmarkt is een andere aangezien deze veel gereguleerder is. Een groot deel van de huurmarkt is immers in handen van de corporatie en het Haagse beleid speelt hier een veel grotere rol. Een groeiende belangstelling is er voor huurwoningen met een prijs boven de 600 en 1.000 euro. Een huurwoning met een prijs boven de €1.000 wordt door een beperkte groep huishoudens gewenst. De concurrentie met de koopmarkt is dan reëel gezien de lage hypotheekrente en ook verhuurders stellen inkomenseisen.

 

Langzame maar gestage demografische veranderingen

Het is belangrijk bij de waan van de dag ook de langzame maar gestage demografische veranderingen in het oog te houden. De grote invloed van de naoorlogse generatie (geboren tussen 1946 en 1970) moet eigenlijk nog zichtbaar worden op de woningmarkt en de woonwensen. Deze meer geleidelijke ontwikkeling van vergrijzing valt niet zo op als een economische crisis of juist economische groei, maar op termijn zullen de demografische ontwikkelingen grote gevolgen hebben voor de woningmarkt. Tussen nu en 10 jaar zal naar verwachting in delen van de regio het aantal huishoudens gaan terug teruglopen. Ook zal het aandeel en aantal huishoudens tussen de 20 en 45 jaar teruglopen. De leeftijdscategorie waar relatief veel in verhuisd wordt en huishoudens een stap op de woonladder omhoog willen doen.

 

Langer zelfstandig blijven wonen is het motto om wonen en zorg betaalbaar te houden. Dit stelt, zeker bij fysieke beperkingen, eisen aan de woningvoorraad. De naoorlogse generatie moet nog de leeftijd bereiken dat zij echt zorg nodig hebben (75-plus). De 75-plusser van nu woont relatief vaak in een (sociale) huurwoning. De 55-74 jarigen veel vaker in een koopwoning. De 55-64 jarigen denken bij verhuizen nog lang niet allemaal aan de oude dag, deels willen zij bij een verhuizing nog een kwaliteitssprong maken.

 

Over het Woningmarktonderzoek

Voor het onderzoek is een steekproef getrokken onder inwoners van alle 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant. In totaal zijn half september ruim 50.000 personen voor het onderzoek uitgenodigd. Uiteindelijk hebben 16.297 mensen de enquête ingevuld, een respons van 31%.  De vragen gingen over verhuisgedrag (in het verleden en in de toekomst), woonwensen en de woonomgeving. Voor de gemeentebesturen is het onderzoek van belang om de woningvoorraad zo goed mogelijk op woonwensen van de inwoners te kunnen aansluiten.

 

Lees meer over het Woningmarktonderzoek in het rapport ‘De woonconsument in een aantrekkende woningmarkt’. De achtergrondrapportage en de infographic

Naar overzicht

Reageer op dit artikel

velden met een * zijn verplicht
 

Delen

FacebookTwitterLinkedIn