Rijk, Randstad en regio Eindhoven gaan voor versterking internationale concurrentiekracht

De internationale concurrentiekracht van onze stedelijke regio’s kan en moet sterker. De ambitie is om meer (internationaal opererende) bedrijven, instellingen (cultureel, onderwijs) en kenniswerkers naar deze stedelijke regio’s te trekken. De ministers Schultz (Infrastructuur en Milieu), Kamp (Economische Zaken) en Plasterk (Binnenlandse Zaken), de bestuurders en de economic boards van de Noordelijke en Zuidelijke Randstad en Brainport Eindhoven gaan bij de ruimtelijke inrichting van ons land de uitdaging aan om de concurrentiekracht te versterken. De partijen hebben vandaag de intentieverklaring ’Ruimtelijk-Economische Ontwikkel Strategie (REOS) Noordelijke Randstad, Zuidelijke Randstad en Brainport Eindhoven’ getekend.

 

Minister Schultz: “Door innovatie te stimuleren, te werken aan nieuwe vormen van energie én de leefbaarheid van de steden te vergroten, kunnen steden in Nederland hun positie versterken t.o.v. hun concurrenten zoals Londen en Parijs. Deze intentieverklaring laat zien dat we met zijn allen samen Nederland sterker kunnen en willen maken.”

 

De karakteristieke Nederlandse stedelijke structuur biedt voordelen in vergelijking met andere grote steden. Er is sprake van een grote diversiteit van stedelijke milieus; de Zuidas heeft andere kwaliteiten dan de binnenstad van Utrecht of Brainport Avenue. Ook heeft Nederland geen heel grote steden waardoor de steden compact zijn en er natuur- en recreatiegebieden in de buurt te vinden zijn. Voor veel internationale expats is dat erg aantrekkelijk.

 

De ondertekenaars van de intentieverklaring zijn het met elkaar eens dat de internationale concurrentiekracht erom vraagt om de (beleids)inzet te focussen op een beperkt aantal toplocaties. Het gaat daarbij om locaties met een mix van kantoren, kennisinstellingen en clusters van hoogwaardige technologie en innovatie. Die toplocaties moeten goed bereikbaar zijn zoals bijv. Brainport Eindhoven, de haven van Rotterdam, de luchthaven Schiphol, Utrecht Science Park en de Internationale Zone Den Haag. Vooral voor de bereikbaarheid binnen de stedelijke regio’s ligt hier een grote opgave. Waar de verbindingen tussen de steden veelal op orde zijn kan het voor- en natransport (‘first and last mile’) in de stedelijke regio nog sterk verbeterd worden.

 

Verder hebben de partijen afgesproken om vooral rondom grote stations ruimtelijke ontwikkelingen zoals de bouw van woningen, kantoren en voorzieningen te intensiveren. Ook dat draagt bij aan het vergroten van de productiviteit van de steden. Bedrijven zijn productiever omdat ze gevestigd zijn in de nabijheid van andere bedrijven, afnemers en gespecialiseerde toeleveranciers en omdat de afzetmarkt groot is. Bovendien bieden stedelijke agglomeraties een omvangrijke arbeidsmarkt met veel hoogopgeleiden en een gevarieerd aanbod aan voorzieningen.

 

In de intentieverklaring hebben de partijen de hoofdlijnen van de ruimtelijke economische ontwikkelstrategie vastgelegd. Zij gaan deze de komende periode verder uitwerken in een uitvoeringsagenda die medio 2017 meer duidelijkheid moet geven hoe de opgaven rondom de verschillende toplocaties gezamenlijk worden opgepakt. In die uitvoeringsagenda worden onder anderen initiatieven voor zogeheten living labs opgenomen waarin op kleine schaal experimenten worden uitgevoerd bijvoorbeeld om nieuwe vervoersconcepten voor stedelijke bereikbaarheid te ontwikkelen.

Naar overzicht

Delen

FacebookTwitterLinkedIn